NIEUWSBRIEF

De afdwingbaarheid van uw intellectuele rechten verhoogt drastisch

 

Artikel 96 van de Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument zoals die sinds 1 december 2007 luidt, bepaalt uitdrukkelijk dat de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel ook bevoegd is om inbreuken vast te stellen en de staking te bevelen van elke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, met uitzondering van het auteursrecht, de naburige rechten en het recht van de producenten van databanken.

De uitzonderingen worden voorzien omdat de titularissen van een auteursrecht reeds langer over een stakingsvordering beschikken die uitdrukkelijk staat bepaald in artikel 87 van de Auteurswet van 30 juni 1994.

Met deze wijziging van de Wet op de eerlijke handelspraktijken is er een doorn uit het oog van verschillende juristen en van de titularissen van intellectuele rechten die tot vóór 1 december 2007, zich enkel tot de kortgedingrechter konden wenden om de staking te horen uitspreken van een inbreuk op hun intellectueel recht (met uitzondering van de titularissen van een auteursrecht). Deze procedure heeft als nadeel dat men enerzijds moet voldoen aan de vereiste van hoogdringendheid en men bovendien slechts een uitspraak krijgt bij voorraad, dewelke de grond van de zaak niet kan en mag raken. Hierdoor zijn de maatregelen die de kortgedingrechter kan treffen beperkt.

Vandaar dat tot voor kort de advocaat die werd geraadpleegd door een slachtoffer van een inbreuk op een merkenrecht of een octrooirecht steeds probeerde om de inbreuk ook te laten kwalificeren als een inbreuk op de Wet inzake de eerlijke handelspraktijken om zo toegang te krijgen tot de stakingsrechter waar hij niet moest aantonen dat zijn vordering hoogdringend was en hij bovendien efficiënte maatregelen kon vorderen zoals het uit de markt nemen van het inbreukmakende product enz.

Steeds meer stakingsrechters gingen op dit verzoek in, temeer omdat het Grondwettelijk Hof in januari 2002 had geoordeeld dat er geen redelijke verantwoording was voor de onderscheiden toepassing van de Wet handelspraktijken al naargelang de aard van de merkinbreuk.

In de periode daaropvolgend verklaarden de stakingsrechters zich bevoegd om te oordelen over elke inbreuk aangezien zij van oordeel waren dat er steeds ook een inbreuk was op de Wet eerlijke handelspraktijken.

In 2007 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de vaststelling dat de titularissen van een intellectueel recht inzake tekeningen en modellen zich niet zouden kunnen wenden tot de stakingsrechter daar waar deze mogelijkheid wel voorzien is voor de titularissen van een auteursrecht en een naburig recht en in hoofde van de producenten van databanken, in strijd is met artikelen 9 en 10 van de Grondwet.

Met de wetswijziging per 1 december 2007 wordt er een einde gemaakt aan deze controverse.

De stakingsrechter is bevoegd om een inbreuk vast te stellen op een intellectueel eigendomsrecht. Er is geen samenloop met een inbreuk op de Wet eerlijke handelspraktijken meer vereist.

Ook een octrooigerechtigde kan zich tot de stakingsrechter wenden indien hij zich beklaagt over een inbreuk.

Naast het bevelen van de stopzetting van de inbreuk kan de stakingsrechter bijkomende maatregelen treffen, zoals het bevelen van het voorleggen van informatie, de terugroeping van goederen uit het handelsverkeer, veroordeling kosten, en de publicatie van de beslissing.

De stakingsrechter kan de gedaagde niet veroordelen tot een schadevergoeding.

Wel kan de stakingsrechter, indien het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht in België beschermd door een depot of een inschrijving wordt ingeroepen ter ondersteuning van een stakingsvordering of als verweer tegen deze vordering, de nietigheid of het verval uitspreken of eventueel de schrapping van het depot of van de inschrijving in de desbetreffende registers en dit overeenkomstig de bepalingen van de Wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht.

De uitvoerbaarheid van dit onderdeel van zijn beslissing volgt echter niet automatisch.

 

EVC advocaten
Magda Lauwers
Molenstraat 52-54
2018 Antwerpen
Tel: 03/241.05.41
Fax: 03/241.05.40
e-mail: magda.lauwers@evclaw.com

afdwingbaarheid intellectuele rechten.pdf

nieuws
NL - FR - EN
Advocaten Eddy Van Camp - copyright 2007 - webdesign CreaMind