NIEUWSBRIEF

 

DE RECHTSTREEKSE VORDERING EN HET VOORRECHT VAN DE ONDERAANNEMER BIJ FAILLISSEMENT VAN DE HOOFDAANNEMER

 

Het is inderdaad zo dat de (zelfstandige) onderaannemer rechtstreekse betaling van de bouwheer kan bekomen in geval van het faillissement van de hoofdaannemer op voorwaarde dat hij de rechtstreekse vordering heeft ingesteld ( een aangetekende brief kan volstaan ) vóór uitspraak van faillissement, dit laatste ingaande op 0.00 uur van datum van faillietverklarend vonnis.

De insolvabiliteit van de hoofdaannemer is geen wettelijke uitoefeningsvoorwaarde voor de rechtstreekse vordering. Toch moet men er zich voor hoeden om de rechtstreekse vordering als een normale incasso-methode te beschouwen : de wetgever heeft er de onderaannemer voor willen beschermen dat de hoofdaannemer zijn vordering op de bouwheer overdraagt of op een andere wijze uit zijn vermogen haalt.
 
Als de onderaannemer niet tijdig de rechtstreekse vordering heeft ingesteld en als het werken aan een gebouw van de bouwheer betreft, beschikt hij nog wel over het voorrecht van de onderaannemer zodat - indien de curator gelden uit de aannemingsovereenkomst voor dezelfde bouwplaats als waarvoor de onderaannemer werken heeft uitgevoerd - van de bouwheer ontvangt, hij deze bij voorrang dient uit te betalen aan de onderaannemer.

De openstaande factuur mag maximaal 5 jaar oud zijn. Het voorrecht strekt zich ook uit tot intresten en strafbeding, uiteraard beperkt ten belope van wat de curator van de bouwheer voor die bouwplaats heeft ontvangen.

De onderaannemer moet hiervoor een aangifte van schuldvordering indienen in het passief van het faillissement met vermelding van zijn aanspraken op het voorrecht
(art. 20,12 Hyp.W.) en bijgevoegd afschrift van de openstaande facturatie waarop vermelding van de werf. De curator zal dan de schuldvordering en het ingeroepen voorrecht verifiëren en gebeurlijk aanvaarden dan wel betwisten.

 

Deze aangifte kan gebeuren met een standaard-aangiftefomulier zoals de curator kan verschaffen en dient neergelegd ( of verzonden ) op de griffie van de rechtbank van koophandel die het faillissement heeft uitgesproken. Er is een verjaringstermijn van 1 jaar vanaf datum van faillissement.

 


Let wel : de openstaande facturatie moet aannemingswerk aan een gebouw betreffen! Levering van materialen gefactureerd aan het toepasselijke BTW-% en niet met verlegging van  BTW naar de medecontractant ( art.20 van het K.B. nr. 1) komt hiervoor niet in aanmerking.

Voor meer inlichtingen over dit onderwerp kan u terecht bij:

EVC Advocaten
Ilse Mertens
Molenstraat 52-54
2018 Antwerpen
Tel: 03/241.05.41
Fax: 03/240.05.40
Ilse.Mertens@evclaw.com

Faillissement hoofdaannemer.pdf

nieuws
NL - FR - EN
Advocaten Eddy Van Camp - copyright 2007 - webdesign CreaMind